"De online lesomgeving Fraudeonderzoek doet niet veel onder voor de klassikale les"

Interview met Felix Olijslager, docent Opleiding Fraudeonderzoek (basis)

Je hoeft de krant maar open te slaan en je ziet berichten over fraude. Een overkoepelend begrip voor situaties waarbij zaken anders worden voorgesteld dan ze zijn om een onrechtmatig voordeel te behalen. Dat voordeel wordt door fraudeurs ten koste van een ander behaald. Denk aan factuurfraude, verzekeringsfraude, declaratiefraude, phishing en CEO-fraude (aanzienlijk toegenomen in coronatijd). Fraude komt binnen alle bedrijven en instellingen voor en heeft financiële en/of reputatieschade tot gevolg. Organisaties staan echter niet machteloos. Tijdens de Opleiding Fraudeonderzoek (basis) van SPV leren cursisten om fraude binnen hun organisatie te bestrijden. Ondanks de coronamaatregelen gaat de opleiding gewoon door.   

Direct toepasbaar in de praktijk

“Na de Opleiding Fraudeonderzoek (basis) weten de deelnemers hoe ze fraude kunnen herkennen, ze kunnen zelfstandig een onderzoek uitvoeren en ze kunnen een gedegen onderzoeksrapport opstellen. Met behulp van een dergelijk rapport kan de organisatie waarvoor ze werken vervolgstappen ondernemen, zoals het verhalen van de schade of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst”, aldus docent Felix Olijslager. “Cursisten kunnen hun vaardigheden dus direct toepassen in de praktijk.”

SPV werkt graag met docenten die tegelijkertijd praktijkdeskundigen zijn. Felix is hiervan een goed voorbeeld. Hij heeft in zijn loopbaan veel met fraudezaken te maken gehad. In 1979 begon hij als agent bij de politie en werd een paar jaar later rechercheur. Als rechercheur deed hij regelmatig onderzoek naar fraude. En na een aantal jaren werkzaam te zijn geweest bij het Openbaar Ministerie  heeft hij het fraudebeleid opgezet bij ING. Dit richtte zich vooral op het voorkomen van fraude. Gedurende de tijd dat hij bij het Openbaar Ministerie en ING heeft gewerkt, is hij altijd als freelance docent en cursusontwikkelaar aan SPV verbonden geweest.

Wat leer je zoal?

“Vanwege mijn juridische achtergrond kan ik de cursisten veel uitleggen over de juridische aspecten, waaronder de privacywetgeving, de bevoegdheden van de onderzoeker en de rechten en plichten van de betrokkene”, zegt Felix. “Daarnaast komen andere aspecten aan bod, waarbij andere praktijkdeskundigen hun kennis en vaardigheden delen. Het tactische aspect bijvoorbeeld. Hiermee krijgen cursisten inzicht in de gevolgen van hun handelen. Hoe zorgen ze ervoor dat de betrokkene niet doorheeft dat er een onderzoek naar hem/haar loopt, zodat hij maatregelen kan nemen om bewijs te laten verdwijnen? Verder leren we de deelnemers technische vaardigheden aan. Hoe voer je een gedegen open bronnen onderzoek uit? Hoe leg je onderzoeksbevindingen vast op juridisch en grammaticaal verantwoorde wijze? En hoe stel je een aangifte op?”

“Ook leren de cursisten hoe ze de fraudeur op de juiste wijze vragen kunnen stellen over hun handelen. Dit is het communicatieve aspect. Hiervoor zetten we gedragsdeskundigen en acteurs in. Zij zijn zo goed dat cursisten tijdens de training vergeten dat het acteurs zijn met wie ze het gesprek voeren.”

Online lesgeven tijdens coronatijd

Alle bovengenoemde onderdelen van de opleiding komen nog steeds aan bod tijdens coronatijd. “Op 12 maart, na de persconferentie over corona, hebben we de opleiding direct digitaal ingericht. Binnen korte tijd konden de cursisten de opleiding via Microsoft Teams volgen. Daar waren ze erg blij mee.” Fraude stopt immers niet in coronatijd.

“We bootsen met de online lesomgeving zoveel mogelijk de klassikale lesomgeving na. Het virtuele klaslokaal is bijvoorbeeld ruim 45 minuten van tevoren toegankelijk. Zelf ben ik er dan nog niet. Maar cursisten krijgen de gelegenheid om met elkaar te praten en ervaringen uit te wisselen. Net als in een echt klaslokaal.”

Het projectiescherm van de beamer wordt nu gebruikt als het dashboard voor het beeldbellen. Chatberichten zijn direct zichtbaar en de deelnemers zijn via hun camera in beeld. Zelf zit Felix op een barkruk voor een hoge tafel zodat hij de cursisten op ooghoogte kan toespreken. 

“Als je online lesgeeft is het belangrijk te letten op je presentatie. Zo zorg ik ervoor dat mijn schouders zichtbaar zijn en dat de cursisten mij in de ogen kunnen kijken.” Ook het oefenen met acteurs met een praktijkcasus kan doorgaan in de online omgeving. “We verdelen de groep in kleine groepjes met drie deelnemers. De praktijkcasus is uitgesplitst in drie gespreksonderdelen. Elke deelnemer van het sub-groepje neemt een stukje van het gesprek voor zijn rekening, zodat het sub-groepje als geheel een compleet 'verhoor' doet.” Hoewel er veel mogelijk is heeft online lesgeven ook beperkingen. “Ik zie de non-verbale communicatie van de cursisten net niet goed genoeg en een gezellig gesprek voeren bij de koffieautomaat is er ook niet bij.” 

De eindtoets

Hoe de eindtoets van de lopende opleiding zal verlopen weet Felix nog niet. Deze kan in principe online plaatsvinden. Maar we moeten de maatregelen van de overheid nog even afwachten. “We zijn de opleiding klassikaal begonnen en het zou mooi zijn als we de opleiding ook weer klassikaal kunnen afsluiten. Ik voorzie dat we in de toekomt met hybride vormen van lesgeven zullen gaan werken. Bijvoorbeeld een deel van de lesstof klassikaal en een deel online. Of een vorm waarbij de deelnemers kunnen kiezen om in de klas te zitten of om online de les te volgen.”

Terug naar nieuwsoverzicht